| | | | | | Criteria Garantiefaciliteit voor Opkomende Markten Aan de volgende voorwaarden moet een transactie voldoen om voor verzekering via de Garantiefaciliteit voor Opkomende Markten in aanmerking te komen: - De faciliteit geldt alleen voor exporttransacties waarvoor de minister van Ontwikkelingssamenwerking (gebonden of ongebonden) hulpfinanciering of heeft toegezegd.
- De Garantiefaciliteit is uitsluitend inzetbaar op landen die zijn ingedeeld in categorie II van de geldende, periodiek door de OESO vastgestelde lijst van landenclassificaties op basis van artikel 34 van de OESO-Consensus en waarvoor geen reguliere middellange exportkredietverzekering beschikbaar is.
- Voor dekking komen alleen kapitaalgoederen-, aannemings- en dienstentransacties met afnemers in opkomende markten in aanmerking.
- Het te verzekeren bedrag bedraagt maximaal € 15.000.000. Om het maximale te verzekeren transactiebedrag vast te stellen, wordt het hulpbedrag dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking of Economische Zaken heeft toegezegd van de totale contractwaarde afgetrokken.
- Het gedekte percentage is maximaal 98.
- De exporteur moet in het algemeen een bank- of overheidsgarantie of vergelijkbare zekerheid overleggen opdat meer zekerheid ontstaat dat de debiteur de betalingsverplichtingen, die voortvloeien uit de overeenkomst, nakomt.
- De te verzekeren exporttransactie moet vanuit kredietverzekeringstechnisch oogpunt een aanvaardbaar risico met zich meebrengen: dit houdt in dat de exporttransactie wordt getoetst aan de normale acceptatiecriteria van Atradius, met uitzondering van het landenrisico.
- De verzekerbare krediettermijn is maximaal de termijn waarvoor, op grond van de internationaalrechtelijke verplichtingen die gelden voor de Nederlandse overheid, een exportkrediet dat wordt ondersteund door de overheid mag worden verstrekt.
- Er mag geen gegronde vrees bestaan dat de exporteur in verband met de totstandkoming of de uitvoering van de overeenkomst omkoping in de zin van de artikelen 177 en 177 a jo. 178a van het Wetboek van Strafrecht heeft gepleegd respectievelijk zal plegen.
- Het buitenlands bestanddeel van de goederen of diensten van de transactie mag in beginsel niet meer zijn dan 30%. Bij een buitenlands bestanddel tussen de 30% en 50% zal de exporteur moeten kunnen beargumenteren waarom een dergelijk bestanddeel uit het buitenland wordt betrokken. Transacties met een buitenlands bestanddeel hoger dan 50% worden case-by-case beoordeeld.
| | | | | | | |
| |
| |